Vrijeschool Parkstad – de leerling en de school voortdurend in ontwikkeling

Als je het gebouw aan de Doctor Jaegersstraat in Heerlen binnenloopt, voel je het al: hier wordt ‘anders dan anders’ onderwijs gegeven. De Vrijeschool Parkstad in Heerlen bestaat pas sinds vier jaar. Volgend schooljaar (2018-2019) heeft ze haar eerste eindexamenkandidaten voor de mavo. Het onderwijs in de school moest vanaf de grond af opgebouwd en ingericht worden.

Pauline Tillmans, teamleider, is vanaf het allereerste begin de kartrekker hiervan geweest. Intussen heeft o.a. Marcel Notermans zich sinds een jaar hierbij gevoegd. Hij is docent en verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de bovenbouw. Zij vertellen vol trots over hun school en over het onderwijs waar ontwikkeling als een rode draad doorheen loopt.

Hart, hoofd en handen

Hét uitgangspunt van het onderwijs op de Vrijeschool Parkstad is de ontwikkeling van de leerling. En dan met name de ontwikkeling van zowel hart (emotie), hoofd (cognitie) als handen (vaardigheden). Dit, vanuit de overtuiging dat als je aan alle drie de aspecten aandacht blijft geven, kinderen uitgroeien tot harmonische mensen.

Het onderwijs en de school zijn hierdoor anders ingericht dan de meeste scholen in het voortgezet onderwijs. De leerlingen krijgen zo lang mogelijk breed onderwijs. Kunst, gym en muziek krijgen ze gedurende hun hele schoolperiode, tot het einde toe. Er wordt zo laat mogelijk gedetermineerd. Het systeem vraagt om het geven van punten, ter beoordeling, maar bij voorkeur wordt dit gedaan in een zogenaamd leergesprek tussen leerling en docent en op basis van het portfolio dat de leerling bijhoudt. Nóg enkele voorbeelden van onderwijs dat ‘anders dan anders’ is.

Zelfde klaslokaal

Waar leerlingen in het voortgezet onderwijs meestal van het ene naar het andere lokaal wandelen, blijven ze op de Vrije School altijd in hetzelfde lokaal, zoals op het basisonderwijs. Dezelfde klas, dezelfde ruimte, het is belangrijk. Het geeft rust en structuur. Het geeft een gevoel van veiligheid en geborgenheid en de kinderen kunnen de ruimte inrichten en aankleden zoals ze het zelf willen. Ze kunnen er hun eigen draai aan geven en dat is goed voor hun ontwikkeling. 

Heterogene klassen

De school heeft heterogene klassen; alle niveaus zitten door elkaar. Het liefst is dat zo voor de leerlingen tot het eind van hun schoolperiode. En dat is niet vanwege het kleine aantal leerlingen op de school. Leerlingen leren op die manier van elkaar, op verschillende vlakken, zowel sociaal als voor wat betreft de lesstof. Dit is o.a. mogelijk omdat er geen methodes gebruikt worden. Docenten maken zelf hun lessen en lesmateriaal en kunnen dus flexibel hierop inspelen.

Periodeonderwijs

Daarnaast kent de school het zogenaamde Periodeonderwijs. Dat betekent dat gedurende een periode van drie weken de eerste twee uur van de dag vakoverstijgend les gegeven wordt aan de hand van een thema. Meestal is dat een onderwerp over ‘de maatschappij’ of  ‘de natuur’. Alle vakken geven dan hun eigen invulling aan de behandeling van dit thema. Leerlingen maken aan het eind van de periode hier een periodeschrift van en dat wordt met ze besproken. Ze mogen daar hun eigen invulling aan geven en hun eigen uitwerking. Zij hebben vervolgens een coachgesprek met hun mentor over wat ze gemaakt hebben en dat geeft hen de mogelijkheid over hun werk en over zichzelf te reflecteren. Deze manier van werken is de afgelopen jaren in de onderbouw ontwikkeld en geïmplementeerd en wordt nu ook voor de bovenbouw ontwikkeld.

Huiswerk?

Het is niet zo dat je op de vrijeschool nooit huiswerk hebt. Maar het uitgangspunt is wel een andere. In principe is het uitgangspunt dat je op school leert. Mocht je een opdracht op school nog niet helemaal af hebben, dan maak je dat thuis af. En dat is dan je huiswerk. Het is niet zo dat je aanvullend op de lessen voor (bijna) elk vak nog huiswerk meekrijgt. Huiswerk heb je in relatie tot de taak en de verantwoordelijkheid die je op school hebt voor de lesstof.

Basis op orde

De basis voor het onderwijs op de Vrije School Parkstad staat nu. Een basis waar ook de ontwikkeling van het onderwijs in de bovenbouw iets aan heeft. “Dat heeft veel voeten in de aarde gehad”, aldus Pauline.  Allereerst heeft het veel inzet en energie gevraagd van docenten. Zij ontwikkelen immers veelal zelf hun lessen en hun lesmateriaal. Boeken zijn er wel maar dan op de achtergrond, om eens wat na te kijken. Docenten werken ook veel met een studiewijzer. Gelukkig is kennisdelen tussen docenten van vrije scholen geen probleem. Er is een gemeenschappelijk platform waar dit mogelijk gemaakt wordt en daar wordt goed gebruik van gemaakt. Dat helpt enorm.

Ouder- en leerlingenparticipatie

Daarbij is de medewerking en de steun van de ouders onmisbaar gebleken. Er is een grote mate van ouderparticipatie; vooral in de eerste twee jaar dat de school bestond waren er veel werkgroepen van ouders die op verschillende vlakken hulp boden bij de ontwikkeling van de school, bijvoorbeeld op het gebied van PR. Belangrijk daarbij was wel om balans te houden tussen participatie en een gezonde afstand. Ook voor leerlingen is er een eigen rol weggelegd in de ontwikkeling van hun school; zo wordt de website van de Vrije School Parkstad bijvoorbeeld mede door leerlingen zelf onderhouden.

Docenten

Over het antwoord op de vraag of je als docent van de Vrije School anders moet zijn dan andere docenten zijn Pauline en Marcel heel duidelijk. “Je moet jezelf kwetsbaar op durven stellen. Je valt  immers terug op je zelf gemaakte lessen en lesmateriaal, niet op methodes. Als het niet goed is, ben je zelf verantwoordelijk”. Er ligt daarbij veel nadruk op zelf leren oplossen en verbinden. De lijnen zijn kort, niet alleen tussen docenten onderling en tussen management en docenten maar ook tussen docenten en leerlingen.

Zijn jullie bekend met de doelstellingen vanuit het Opmaat-programma?

“Jazeker, die zijn helemaal helder. We passen ze eigenlijk al toe in ons onderwijs, ze zijn voor ons niet nieuw”.

Reageer op dit artikel

avatar
  Subscribe  
Abonneren op