Blog André Postema: Those were the best days of my life

Collegevoorzitter André Postema over zijn visie op het onderwijs, opvallende observaties en dilemma’s.

Daar sta ik op de foto, op mijn breedst lachend en met de armen gespreid. Oktober 1987, de laatste avond van het vijfdeklas-kamp, ergens in Drenthe. We hadden net ter afsluiting een serie optredens achter de rug, waaronder een voetenpoppenkast, een a capella-duet waarin twee jongens elkaar de liefde bezongen en een optreden van de eigen schoolband Fiasco, wereldberoemd in Noord-Nederland. Tussen leerlingen en docenten leek er even geen wereld van verschil te bestaan. Ik geloof niet dat ik ooit in mijn leven zo gelukkig ben geweest.

De afgelopen maanden heb ik in een serie blogs de OpMaat ambities van het Limburgs Voortgezet Onderwijs besproken. Die gaan over het belang om de leerling daadwerkelijk centraal te stellen, de onzin van doubleren, het gericht bevorderen en ondersteunen van opstroom naar een hoger niveau, het optimaal toerusten van onze leerlingen op het eindexamen en het sneller en/of op een hoger niveau afleggen van dat eindexamen, en het zeker stellen van een goed geïnformeerde keuze voor het vervolgonderwijs. Daarmee bepalen we niet van bovenaf hoe het maatwerkonderwijs moet worden vormgegeven, maar wel waar het toe moet leiden. OpMaat geeft daarmee richting en biedt ondersteuning. Vandaag sluit ik af met de belangrijkste van de zeven doelstellingen: onze leerlingen hebben op school een geweldige tijd!

Het meten van welbevinden en geluk is merkwaardig genoeg een relatief jonge bezigheid. Het World Happiness Report, waarin Nederland overigens een verdienstelijke zesde plaats wordt toebedeeld, wordt pas sinds enkele jaren opgesteld en ook het berekenen van het Bruto Nationaal Geluk is – met uitzondering van het bergstaatje Bhutan – relatief nieuw en bepaald niet zonder discussie. Ook op kleinere schaal, zoals voor bepaalde bevolkingsgroepen of binnen organisaties, blijkt het meten van geluk vaak een brug te ver. Zeker, het Sociaal en Cultureel Planbureau brengt reeds sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw de levenstevredenheid in kaart, maar hierbij valt op dat deze gegevens weinig sturingswaarde hebben. Het feit dat het SCP zelf aangeeft dat “geluk en levenstevredenheid geen onderwerp van overheidsbeleid zijn” toont op voorhand een geringe ambitie op dit vlak. En ook op het individuele niveau is het dikwijls niet eenvoudig om (on)geluk goed onder woorden te brengen. Of het nu de jonge Werther, Madame Bovary of Cristiano Ronaldo betreft: het valt niet mee zicht te krijgen op de achtbaan van hun levensgeluk.

De moeilijkheid om geluk te meten en te monitoren ontslaat scholen er echter niet van om dit permanent te doen. Immers, zo leerde Theo Thijssen ons bijna 100 jaar geleden al: een gelukkige klas is een goede klas met een dito leerkacht. En belangrijker nog dan het meten en monitoren, is het hiernaar te handelen. Een school is een gemeenschap, een microkosmos “Entre les Murs”. Hierbinnen is het essentieel dat elk van de leden van die gemeenschap zich gekend en gewaardeerd weet, geïnspireerd en getroost wordt, ja een in alle opzichten geweldige tijd heeft.

Desgevraagd associëren veel mensen, net als ik, de leuke dingen van hun schooltijd vaak met de bijzonderheden, veelal buiten het reguliere lesprogramma om. Het gaat dan om cabaret, sporttoernooien, schoolreizen, debatwedstrijden. Het is belangrijk dat scholen hierin blijven voorzien. De kunst is evenwel dat ook de reguliere schooldag bijdraagt aan die geweldige tijd. “Ik heb het super op school, behalve de lessen en het huiswerk”, zo valt met enige regelmaat te beluisteren. En onderzoek van de OECD (2013/2014) en de Onderwijsinspectie (2014) bevestigt dat onze leerlingen zich bij veel van het aangeboden onderwijs behoorlijk zitten te vervelen en niet of nauwelijks gemotiveerd zijn voor school. Dat is niet alleen een kwestie van volksaard, hormonen en de jeugd van tegenwoordig, al zijn ook die aspecten bijzonder serieus te nemen (persoonlijk ben ik mijn leven lang al een uitgesproken fan van de jeugd van tegenwoordig, maar dat terzijde). Het is óók een kwestie van ons aanbod.

Dat aanbod is zich de afgelopen jaren flink aan het ontwikkelen, ook binnen de scholen van LVO. En dat is belangrijk. Zo wordt in toenemende mate theorieonderwijs aan de praktijk gekoppeld, ook voor het mavo, havo en vwo. Denk daarbij aan Bèta Challenge op het Graaf Huyn College in Geleen of het Technasium van het Raayland College in Venray. Er wordt thematisch, probleemgeoriënteerd en/of vakoverstijgend onderwijs geboden, zoals bijvoorbeeld de wijze waarop met OPEDUCA wordt gewerkt op het vhbo in Maastricht en het Sint-Janscollege in Hoensbroek. En de buitenwereld wordt in huis gehaald via modulair onderwijs, masterclasses en leerling- en personeelsstages, zoals op Het Kwadrant in Weert en het Sophianum in Gulpen.

Naast deze en vergelijkbare positieve ontwikkelingen is er meer nodig om dichter bij het ideaal van daadwerkelijk boeiend onderwijs voor alle leerlingen te komen, laat staan om maximaal te bevorderen dat iedere leerling op school een geweldige tijd heeft. Zo speelt ons het verschijnsel parten dat sommige leerlingen en ouders zich feitelijk niet als onderdeel van de schoolgemeenschap, maar veeleer als consument opstellen. Geloof me, daar wordt niemand gelukkig van. Of het nu de leerling is die onderuit op de stoel hangend “vermaak mij” uitstraalt, of de ouder(s) die wel veel bij de school claimt maar zelf niet aanspreekbaar is: de feestvreugde zal er uiteindelijk niet groter op worden. Juist op scholen waar veel van leerlingen én hun ouders wordt gevraagd zien we een grote betrokkenheid, hogere scores in tevredenheidsonderzoeken, betere onderwijsprestaties én een sterke kring van alumni.

Er hing bij ons in 1987 in het leslokaal Duits een “ik voel me happy” lijst. Toegegeven: dat is slecht Duits en niet gespeend van een zeker exibitionisme. Maar zij appelleerde wel aan een groot goed: het welbevinden van leerling en leraar. Ik stond vaak op die lijst. Daar ben ik mijn school, mijn medeleerlingen en leraren, nog steeds dankbaar voor.

Ook het volgend schooljaar blog ik graag verder over het maatwerkonderwijs op onze scholen. Maar nu bij voorkeur met steeds een leerling, collega, ouder of anderszins bij ons onderwijs betrokkene in de lead. Heb je zin om met mij in blog-vorm de dialoog aan te gaan? Mail me dan: a.postema@stichtinglvo.nl 

Lees mijn eerdere blogs

Reageer op dit artikel

avatar
  Subscribe  
Abonneren op