Blog André Postema: Op naar het Maatwerkdiploma

Collegevoorzitter André Postema over zijn visie op het onderwijs, opvallende observaties en dilemma’s.

In mijn openingsblog dit jaar stelde ik dat maatwerkonderwijs om heldere ambities vraagt. De scholen van het Limburgs Voortgezet Onderwijs hebben dit doorvertaald in zeven concrete doelstellingen. Niet om ons te overschreeuwen of vast te pinnen op het schier onmogelijke, maar om richting te geven en als leidraad voor het gesprek binnen de vaksectie, het team en de school. Vandaag sta ik langer stil bij ambitie nummer 5: Het sneller en/of op een hoger niveau afleggen van een examen wordt bevorderd, evenals het examen doen in één of meerdere extra vakken.

Uit een recent onderzoek van VO-content (mei 2017) blijkt dat eenderde van de docenten van de aangesloten scholen het leerproces gepersonaliseerd inricht. Deze uitkomst is niet geheel representatief voor Nederland, aangezien de leden van VO-content reeds de stap hebben gezet naar het actief aanbieden van (door de sector zelf ontwikkeld) digitaal lesmateriaal. Maar het is toch goed nieuws. Ook de scholen van het Limburg Voortgezet Onderwijs hebben de weg naar VO-content gevonden en ik durf te stellen dat wij voor wat betreft het gepersonaliseerd leren het gemiddelde behoorlijk aan het optrekken zijn. En dat moet ook.

Het idee dat one size fits all onderwijs zijn langste tijd heeft gehad wordt in toenemende mate onderkend. Reeds in het begin van de twintigste eeuw wezen pedagogen als Maria Montessori, Helen Parkhurst, Rudolf Steiner, Peter Petersen en Célestin Freinet de weg naar vernieuwende onderwijsvormen waarin afscheid werd genomen van het mechanische klassieke onderwijs en waarbij de ontwikkelingsmogelijkheden van het individuele kind centraal kwamen te staan. Hieruit zijn onder andere de montessori-, dalton-, vrije-, jeneplan- en freinetscholen voortgekomen, die wij tot op heden nog steeds kennen. Toch is het aandeel van deze scholen relatief beperkt, helemaal in het voortgezet onderwijs. Het kan zijn dat het merendeel van de ouders en leerlingen niet zo gediend zijn van de daar geboden mate van vrijheid en zelfstandigheid. Het kan ook zijn dat veel scholen zelf de voorkeur geven aan een strakker keurslijf. Dit kan met het gehanteerde mensbeeld te maken hebben, maar evenzeer met aardse zaken als traditie, beperkte middelen en organiseerbaarheid. Helaas bieden de onderwijsprestaties geen eenduidig beeld: toonde het Nijmeegse onderzoeksinstituut ITS in 2010 nog aan dat (basis)scholen met bijzondere onderwijssystemen gemiddeld slechter scoren op taal en rekenen, uit recenter onderzoek op basis van de Cito-eindtoets blijkt juist het tegenovergestelde.

De doorbraak die zich thans voordoet stijgt wat mij betreft uit boven de meer ideologische discussies van de laatste honderd jaar en de onbevredigende meting van onderwijsprestaties. Nieuwe inzichten helpen daarbij. Zo tonen neuropsychologische studies dat het tienerbrein zich niet alleen sterk ontwikkelt (Jelle Jolles spreekt over het verbreinen van het kind tot volwassene), maar dat dit ook nog eens een zeer grillig verloop heeft, met tal van tempowisselingen en in interactie met de omgeving. Dit verklaart waarom tieners ons zo vaak verbazen en het zo lastig is hun functioneren te kunnen volgen. En waarom het onmogelijk is om op basis van een momentopname vast te stellen hoe een kind of jeugdige “is”: een leerling met slechte cijfers kan een aantal jaren later uitstekend functioneren. Het omgekeerde is overigens ook het geval.

Een ander inzicht waar ik aandacht voor vraag is dat het tienerbrein zich niet alleen in de tijd ontwikkelt, maar ook op ieder afzonderlijk moment sterk gedifferentieerd is. Recent onderzoek van Godelieve Paaschens van het Maarten van Rossum vmbo in Arnhem heeft dit zeer inzichtelijk in kaart gebracht.

Zoals de figuur toont, beschikken de onderzochte leerlingen vmbo kaderberoepsgerichte leerweg over een verscheidenheid van cognitieve niveaus die per vak verschillen. Het kan dus zeer wel zijn dat we een leerling ontzeggen om bijvoorbeeld wiskunde sneller en/of op een hoger niveau te volgen. Maar evenzeer dat we onvoldoende in de gaten hebben dat diezelfde leerling het aangeboden niveau Engels niet aankan en daardoor gefrustreerd raakt. Goed onderwijs heeft hierop een antwoord.

En dat brengt mij bij de vijfde OpMaat-ambitie. Maatwerkonderwijs moet het mogelijk maken om te variëren in tempo, niveau en aantal te volgen vakken. Dit is als zodanig reeds geboden, maar is voorts de opmaat naar het maatwerkdiploma. Dit diploma is een aanzienlijk rijkere informatiebron, niet alleen omdat het differentieert naar snelheid, niveau en vakkenomvang, maar ook omdat het inzicht biedt in de brede vorming en vaardigheden van onze kinderen. Het maatwerkdiploma biedt zo een beter, breder beeld van de talenten van leerlingen en doet recht aan hun inspanningen. En als het goed is draagt dit bij aan de motivatie van leerlingen: het loont om het beste uit je zelf te halen.

Veel scholen van het Limburgs Voortgezet Onderwijs spelen reeds in op de behoefte om leerlingen meer vakken te laten volgen en/of op een hoger niveau. Voor de komende tijd is van belang dat dit beter ondersteund wordt, door het aanreiken van adaptief lesmateriaal dat rekening houdt met wisselingen in tempo en vermogen. Ook daar zien we mooie ontwikkelingen, zowel van de kant van het eerdergenoemde VO-content als van de commerciële uitgevers. Het is cruciaal dat vaksecties hierin de lead nemen en bewaken dat iedereen er mee uit de voeten kan. En dat maatwerkdiploma? Dat gaat er komen.

Reageer op dit artikel

avatar
  Subscribe  
Abonneren op