Blog André Postema: Diplomazwemmen zonder te verzuipen

Collegevoorzitter André Postema over zijn visie op het onderwijs, opvallende observaties en dilemma’s.

In mijn openingsblog dit jaar stelde ik dat maatwerkonderwijs om heldere ambities vraagt. De scholen van het Limburgs Voortgezet Onderwijs hebben dit vertaald in zeven concrete doelstellingen. Niet om ons te overschreeuwen of vast te pinnen op het schier onmogelijke, maar om richting te geven en als leidraad voor het gesprek binnen de vaksectie, het team en de school. Vandaag aandacht voor ambitie nummer vier: onze leerlingen worden optimaal voorbereid op het eindexamen, elke leerling start met louter voldoendes voor het schoolexamen met het centraal examen.

De ambitie om onze leerlingen voor ieder examenvak op voldoende niveau voor te bereiden op het centraal schriftelijk examen is een logische. Scholen en leerlingen hebben dit traject immers zelf in de hand, waarbij ook nog eens geldt dat hiervoor bij een goede planning, monitoring, coaching en inhoudelijke ondersteuning ruime tijd (feitelijk de nominale studieduur) en dus ook de mogelijkheid tot bijsturen beschikbaar is. Het sluit ook aan bij een fundamentele intuïtie, namelijk dat we onze kinderen niet laten afzwemmen wanneer er een gerede kans bestaat dat zij kopje onder gaan.

Toch is dit zonder twijfel de meest bekritiseerde OpMaat-doelstelling, al staan docentenpeilingen ook in dit geval gelukkig diep in het groen. Er is bezorgdheid en kritiek en die laat zich vatten in drie smaken: “het kan niet”, “het mag niet” en “het moet niet”. Heldere taal – en daar houd ik van. Alle reden voor een even helder antwoord.

Bezien we de feitelijke situatie op onze scholen, dan is er inderdaad alle reden om te stellen dat het ontbreken van onvoldoendes voor de schoolexamens een illusie is: “het kan niet”. De harde statistiek wijst dit uit. Afhankelijk van het opleidingsniveau is er sprake van meer of minder, maar in ieder geval altijd de mogelijkheid van drieën, vieren of vijven. Overigens is opvallend dat juist bij de uitersten – het vmbo basis en kader aan de ene kant en het gymnasium aan de andere kant – er veel minder onvoldoendes voorkomen dan bij de tussengelegen niveaus – het vmbo gemengde en theoretische leerweg, havo en atheneum. Het zou interessant zijn een aantal voor de hand liggende hypothesen hieromtrent te toetsen, bijvoorbeeld dat de betrokkenheid van docenten bij de leerlingen in eerstgenoemde opleidingen groter is of dat er sprake is van kleinschaliger onderwijssettings. Maar dat laat ik graag aan de onderzoekers over. Belangrijker voor nu is niet zozeer de stelling dát het niet kan als wel de vraag hoe het wél kan (of in ieder geval zoveel mogelijk). Zo blijkt – en dit is gelukkig wel grondig onderzocht – dat goede coaching in de bovenbouw zeer bijdraagt aan het onderwijsresultaat. Dit geldt ook voor tijdige extra begeleiding voor probleemvakken. En ook weten we sinds jaar en dag dat de duizenden leerlingen die jaarlijks vlak voor het centraal schriftelijk examen een (niet zelden vrij prijzige) training volgen gemiddeld een half tot een heel punt hoger scoren. “Kunnen we dat als school nu niet zelf?”, hoor ik je zeggen. Ja natuurlijk. En sterker nog: graag vóór aanvang van de schoolexamens, niet pas wanneer het centraal schriftelijk examen voor de deur staat. Het zou interessant zijn om formatieve toetsing, waarover ik in een eerder blog al schreef, juist ook in het examenjaar in te zetten, voorafgaand aan de verplichte summatieve toetsing als sluitstuk. Kortom, het starten met louter voldoendes voor het schoolexamen met het centraal examen voor al onze leerlingen kan misschien niet (altijd), maar is wel degelijk de opdracht.

“Het mag niet” is eveneens een vaker gehoorde reactie. We kunnen dit interpreteren als “dit mag je niet van ons vragen”, maar ook als “dit leidt tot een ongewenste opwaartse druk op de cijfers”. Het mag gevraagd worden, laat dat duidelijk zijn. En we doen het al: ieder jaar zijn er scholen die er in slagen om 100% geslaagden af te leveren. Daar is echt niets gekunstelds laat staan illegaals aan. Maar het is zonneklaar dat dit voor de meeste scholen vooralsnog wel erg ver buiten beeld is. Zij zijn al lang blij wanneer de minimumscores van de Inspectie weer behaald zijn en bezien met zorg de aankomende examengroep (“want dat is dit keer een heel slecht jaar”). Sisyfusarbeid, dat is het. Of praten we ons dit zelf aan? En dat geldt a fortiori voor de onzalige gedachte als zou er sprake zijn van uitlokking, namelijk om ten einde raad dan maar met de cijfers te gaan goochelen. Daar is nog nooit iemand wijzer van geworden. Ook hier geldt dus dat het starten met louter voldoendes voor het schoolexamen met het centraal examen veel van onze leerlingen en docenten vraagt, maar dat het toch zeker niet teveel gevraagd is alles uit de kast te halen om dit te realiseren.

“Het moet niet” is wat mij betreft de meest weerbarstige tegenspraak, temeer deze vaker impliciet dan expliciet wordt gebezigd. Deze zit in de categorie dat af en toe eens een flinke onvoldoende uitdelen louterend werkt. Dat er niets mis is met een jaartje overdoen, in de hoop dat er het komende schooljaar wél wordt gewerkt. En – echt gehoord – dat de lol er wel snel af is wanneer iedereen goed scoort. In de praktijk kan dit leiden tot onvoldoendes op schoolonderzoeken die niet herkanst kunnen worden. Tot enkele dagen te laat ingeleverde werkstukken bestraft met een drie. Of tot leerlingen die er al in december van uitgaan dat ze toch niet zullen slagen. Daar kunnen we de schouders voor ophalen, maar het zal je kind maar wezen. “Het moet dus wél”, als richtinggevende imperatief.

Toch blijft de onzekerheid hangen hoe hard we deze vierde OpMaat-doelstelling nu willen uitdragen. Want natuurlijk snap ik de zorgen. Maar het is ook van belang om helder te zijn over onze ambities. In plaats van allerlei mitsen en maren toe te passen stel ik dan ook het volgende voor. We gaan, ieder van ons, na wat nu nodig is om maximaal in de buurt van deze ambitie te komen. Wat moet er veranderen aan de wijze waarop er les wordt gegeven en leerlingen worden begeleid, welke didactiek en leermiddelen zijn gewenst, hoe gaan we om met vaardighedeneducatie, adaptief leren en toetsen, ontwikkelingsgerichte feedback? Met andere woorden: hoe ziet de school er uit die hierin kan slagen? En ja, graag zonder te verzuipen.

Tags:

Reageer op dit artikel

avatar
  Subscribe  
Abonneren op