Blog André Postema: Gelijke kansen in het onderwijs

Collegevoorzitter André Postema over zijn visie op het onderwijs, opvallende observaties en dilemma’s.

In mijn openingsblog dit jaar stelde ik dat maatwerkonderwijs om heldere ambities vraagt. De scholen van het Limburgs Voortgezet Onderwijs hebben dit doorvertaald in zeven concrete doelstellingen. Niet om ons te overschreeuwen of vast te pinnen op het schier onmogelijke, maar om richting te geven aan het gesprek binnen de vaksectie, het team en de school. Vandaag sta ik langer stil bij ambitie nummer 3: onze leerlingen stromen na het eerste jaar niet meer af naar een lager niveau en opstroom naar een hoger niveau wordt maximaal bevorderd en ondersteund.

Het onderwijs is een krachtige emancipatiemachine. Kinderen worden aangemoedigd en in staat gesteld om, los van hun achtergrond, te laten zien wat zij in hun mars hebben en worden op grond van die prestaties ook beoordeeld en gewaardeerd.  Dat is echter geen vanzelfsprekendheid. Er zijn vele tijdsperioden en nog steeds vele landen aan te wijzen waar de toegankelijkheid van het onderwijs in het geding is, waar de school onvoldoende oog heeft voor de merites van een kind, en/of waar ondanks het genoten onderwijs de toewijzing van banen en posities langs andere mechanismen loopt dan school- en arbeidsmarktkwalificaties. In Nederland werd het onderwijs na de Tweede Wereldoorlog doelbewust ten dienste gesteld van de emancipatie – of verheffing, zoals dat destijds heette. En met succes: steeds meer mensen met laag opgeleide ouders wisten de hogeschool of universiteit te bereiken. Ik ben daar zelf een voorbeeld van. Momenteel is het percentage hoogopgeleiden in ons land het hoogst van heel Europa. En dat is iets om trots op te zijn.

Toch zijn er signalen dat het de laatste jaren de verkeerde kant op gaat met de kansengelijkheid in het funderend onderwijs. Dat concludeerde de Inspectie voor het Onderwijs vorig jaar in de Staat van het Onderwijs. Hierdoor krijgen veel kinderen met laagopgeleide ouders niet het onderwijs dat ze aan zouden kunnen en blijft talent onbenut. Nu is het zo dat we al lang weten dat er een significant verband bestaat tussen het ouderlijk inkomen en de onderwijsprestaties van leerlingen in het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs. Het punt van de inspectie is echter specifieker: vergelijken we kinderen met dezelfde intelligentie, dan zien we dat leerlingen met laagopgeleide ouders vaker doorstromen naar een lager onderwijsniveau. Zij krijgen lagere basisschooladviezen en deze worden minder vaak naar boven bijgesteld op basis van de eindtoets. Ook in de eerste drie jaar van het voortgezet onderwijs stromen deze leerlingen vaker af. Bovendien gaan zij minder vaak naar het hoger onderwijs dan in eerdere jaren, aldus de Inspectie.

Ik lig daar wakker van. Temeer omdat het onderwijs hierin geen lijdend voorwerp is, maar zelf mede vormgeeft aan deze oplopende kansenongelijkheid. Basisscholen blijken ontvankelijk voor de druk van assertieve, hoogopgeleide ouders om tot een hoger schooladvies te komen. Leraren en schoolleiders hebben, vaak onbewust, hogere verwachtingen van leerlingen van hoger opgeleide ouders. Deze ouders kiezen doorgaans ook bewuster en voor betere scholen. Hun kinderen gaan vaker naar (kostbare) huiswerkbegeleiding en toetstrainingen en – eveneens een constatering van de Inspectie – krijgen ook vaker een medische indicatie wanneer zij op onderdelen achterblijven. Dat zijn geen DNA-geheimen en ook geen maatschappelijke ontwikkelingen die zich volledig los van het onderwijs voltrekken. It’s us, stupid!

Waar ik ook wakker van lig, is het gemak waarmee vervolgens veroordelend wordt gewezen naar enkelvoudige schooladviezen, homogene brugklassen en categorale scholen. Dus gaan we naar meervoudige adviezen, zonder naar de kwaliteit daarvan te kijken. Worden tweejarige heterogene brugperioden de maat, alsof dat iets zegt over maatwerk. En uiteraard moet het maar eens afgelopen zijn met die categorale eliteschooltjes. Dat diezelfde criticasters tegelijkertijd ook vóór kleinschaligheid zijn en dat een havist anders leert dan een gymnasiast, daar moeten we even niet moeilijk over doen. Om nog maar niet over het succes van het (categorale) praktijkonderwijs te spreken.

Een quick fix via de zoveelste systeemaanpassing zit er niet in, het spijt me voor al die politici die dachten er zo gemakkelijk van af te komen. Het daadwerkelijk bieden van optimale onderwijskansen voor elk kind vergt veel meer, namelijk dat we hem en haar op maat gaan bedienen – een hele schoolcarrière lang. Dat het schooladvies geen momentopname is, maar gedurende de jaren en in nauwe afstemming tussen PO en VO tot stand komt. Dat juist wanneer er geen hulp is van een assertieve ouder er extra scherp wordt gekeken naar wat iemand wel en niet kan. Dat de dagdagelijkse lespraktijk en het aangeboden lesmaterieel soepel inspelen op de diverse niveaus die zich in één kind kunnen verenigen en die ook nog eens gedurende de (puber)jaren flink kunnen veranderen. Dat huiswerkbegeleiding en toetstraining een integraal onderdeel vormen van het onderwijs op onze scholen, zonder daarvoor een extra financiële bijdrage te hoeven vragen. En ja, dat onze leerlingen na het eerste jaar niet meer afstromen naar een lager niveau en dat opstroom naar een hoger niveau maximaal wordt bevorderd en ondersteund. Zo verbindt de school zich daadwerkelijk aan het succes van de leerling, elke leerling. Dát is onze opdracht, voor iedereen gelijk.

Tags:

Reageer op dit artikel

avatar
  Subscribe  
Abonneren op